pinksterbijbelquiz



De Pinkstercollecte gaat dit jaar naar een mooie actie voor kinderen in Egypte.  In Egypte hebben (en kennen) niet veel mensen de Bijbel. Het Bijbelgenootschap aldaar organiseert een soort Bijbelquiz. Door het samen met je huisgenoten opzoeken van de antwoorden ontdek je ook de Bijbelverhalen.
We willen dit graag steunen, maar zijn ook blij met het leuke idee. In verbondenheid met hen doen we graag mee en bieden u ook een leuke Bijbelquiz. De antwoorden staan na Pinksteren op de website van de kerk en in onze kerkbladen. Veel plezier!
 
1.       Met wie was Ruth, de Moabitische, getrouwd, voor ze met Boaz trouwde? (zie Ruth 4)
A.        Machlon
B.        Kiljon
C.        Elimelech
D.        Elkana
 
2. Welk bekend drietal vind je in een van de brieven van Paulus?  (zie 1 Korinthe 13)
A.        Bloed, zweet en tranen
B.        Moed, beleid en trouw
C.        Geloof, hoop en liefde
D.        Vrijheid, gelijkheid en broederschap
 
3. Waar woonde Jezus als volwassen man? (zie Mattheüs 4)
A.        Bethlehem
B.        Nazareth
C.        Kafarnaüm
D.        Hij heeft als volwassene nooit een vaste woon- of verblijfplaats gehad.
 
4. Hoe luidt het randschrift van een Nederlandse 2 euro munt? (zie Lucas 20: 21-26)
A.        De HEER zegene u
B.        Verzamel u geen schatten op aarde
C.        God zij met ons
D.        Lucht en leegte
 
5. In Romeinen 9:10 schrijft Paulus over Isaak en Rebekka die vader en moeder worden van een tweeling. Waar ontmoetten Isaak en Rebekka elkaar voor het eerst? (zie Genesis 24)
A.        Bij een waterput waar Rebekka het vee te drinken gaf.
B.        Tijdens een offerfeest dat door Abraham was georganiseerd.
C.        In een veld bij Lachai-Roï waar Isaak alleen rondliep.
D.        Tijdens een blind date in de tent van Laban bij ‘boer zoekt vrouw’.
 
6. Petrus wordt vaak afgebeeld met een sleutel. Dit op grond van Matteüs 16: 19  ‘Ik zal je de sleutels van het koninkrijk van de hemel geven’. Petrus wordt ook wel gezien als de eerste paus. Was Petrus getrouwd?          (zie 1 Korintiërs 9)
A.        Ja
B.        Nee
C.        Ja, maar zijn vrouw overleed, vóórdat Petrus een leerling van Jezus werd.
D.        Daarover staat niets in de Bijbel.
 
7.  Op zijn reis naar Rome kwam Paulus in Myra. Wat deed hij daar?  (zie Handelingen 27)
A.        Hij stapte over op een schip uit Alexandrië dat doorging naar Italië.
B.        Hij had een gesprek met de bisschop van Myra.
C.        Hij schreef daar zijn eerste brief in dichtvorm.
D.        Hij gooide een gifslang in het vuur die zich had vastgebeten in zijn hand
 
8.  Welk spreekwoord staat NIET in de Bijbel?
A.        Wie wind zaait, zal storm oogsten
B.        Aan de vruchten herkent men de boom
C.        De mens wikt, maar God beschikt
D.        Wie een kuil graaft voor een ander, valt er zelf in
 
9. Van wie kreeg Saulus les in zijn jonge jaren?       (zie Handelingen 22)
A.        Nikodemus
B.        Petrus
C.        Gamaliël
D.        Eucalypta
 
10.  Welke uitdrukking is ontleend aan het verhaal over de genezing van Saulus? (zie Handel. 9)
A.        Hij gelooft zijn ogen niet.
B.        Hij kijkt zijn ogen uit.
C.        De schellen vallen hem van de ogen
D.        Hij ziet geen hand voor ogen.
 
11. Wat deed Hizkia met de brief die hij kreeg van koning Sanherib?  (zie 2 Koningen 19)
A.        Hij stuurde de brief ongeopend terug.
B.        Hij verbrandde de brief.
C.        Hij stuurde de brief door naar de profeet Jesaja.
D.        Hij legde de brief open in de tempel.
 
12. In welke Evangeliën kunnen we iets lezen over de geboorte van Jezus?
A.        In alle vier
B.        In Mattheüs, Marcus en Lucas
C.        In Lucas en Johannes
D.        In Matteüs en Lucas
 


 
terug